Helsetilstanden hos Norsk Lundehund (oorspronkelijk
geschreven in 2007, herziene uitgave juni 2008)
Geschreven door: Ingvild Svorkmo Espelien, secretaris
van de fokraad van de Noorse Lundehund in Noorwegen, geneticus
(afgestudeerd in de celbiologie aan de Noorse technische en natuurwetenschappelijke
universiteit in Trondheim) en lector op het gebied van gezelschapsdieren.
Wij danken Ingvild Espelien voor de toestemming om dit artikel
te vertalen en te publiceren.
Onze speciale dank gaat uit naar: Dhr. Geale de Vries voor de
Nederlandse vertaling (mei 2009).
Het meest bijzondere hondenras
ter wereld?
De Noorse Lundehund is nog steeds een van de meest zeldzame hondenrassen,
en misschien wel het meest bijzondere van allemaal. Alle Lundehunden
stammen af van een klein aantal verwante individuen. De leden
van Norsk Lundehundklubb hebben voortdurend doelgericht en zo
breed mogelijk gefokt. Omdat alle oorspronkelijke honden nauw
verwant met elkaar waren, is het belangrijkste doel bij het fokken
geweest om de beschikbare honden op zoveel mogelijk manieren met
elkaar te kruisen, zodat er mettertijd nieuwe combinaties van
het genetische materiaal van de honden ontstaan. Toch moeten wij
ons ervan bewust zijn dat alle honden van dit ras met elkaar verwant
zijn. Daarom is er geen sprake van lijnen binnen het ras.
Een van de gezondste hondenrassen ter wereld?
De Noorse Lundehund is een uitzonderlijk gezond hondenras. Problemen
die bekend zijn bij andere hondenrassen zijn bij de Noorse Lundehund
niet opgetreden. Bij dit ras zijn geen gevallen bekend van heupdysplasie
(HD) of elleboogdysplasie (ED). Zowel dierenartsen die het ras
kennen als Norsk Lundehundklubb zijn van mening dat het niet nodig
is om deze ziektes of aanverwante skeletaandoeningen in kaart
te brengen. Oogziektes zijn ook geen probleem bij dit ras.
Gemakkelijk en robuust
Lundenhunden zijn eenvoudig te verzorgen en robuust. Een Lundehund
is onvermoeibaar tijdens wandelingen en kan grotere honden zonder
problemen over lange afstanden bijhouden. Daarom worden ze veel
gebruikt als "mascotte" door bedrijvers van de sledehondensport.
De Lundehund communiceert op een manier die door de grotere honden
goed wordt begrepen en kan tientallen kilometers los meelopen
met goedgetrainde sledehonden zoals Groenlandhonden of Samojeden.
Hun vacht is beter bestand tegen koude en regen dan die van de
meeste andere honden, en vooral dan die van de meeste honden van
dezelfde grootte.
Zes tenen en een ongelijk gebit
De Noorse Lundehund heeft een aantal kenmerkende anatomische eigenschappen
die bij geen enkel ander hondenras voorkomen. Hij heeft zes tenen
aan alle vier de poten en zijn schouder- en nekgewricht zijn veel
beweeglijker dan dat van andere honden. Dit kwam goed van pas
als hij aan het werk was in de holen van de papegaaiduiker. Het
gebit is ongelijk en een ondervoorbijt, vooral een omgekeerd schaargebit,
is niet ongebruikelijk. De kleine premolaren ontbreken vaak. De
hond heeft hier geen last van en het wordt niet beschouwd als
een afwijking. Een perfect schaargebit komt zelden voor.
De Lundehund kan een hoge leeftijd bereiken
De lundehund kan een hoge leeftijd bereiken. Twaalf jaar of ouder
is geen uitzondering en ook komt het regelmatig voor dat Lundehunden
van boven de 14 nog steeds kwiek zijn.
Ziektes bij de Lundehund
Hoewel de Noorse Lundehund een bijzonder gezonde hond is, komen
er ook bij dit ras ziektes voor. De ziektes die typisch zijn voor
dit ras zijn deels terug te voeren op het feit dat alle huidige
honden afstammen van een klein aantal verwante individuen en dus
voortkomen uit inteelt.
IL (Intestinale lymphangiectasie)
De Noorse Lundehund heeft last van een ziekte die bij een op de
tien Lundehunden in Noorwegen voorkomt. Deze schatting is gebaseerd
op praktische ervaring, aangezien er op dit moment geen statistiek
bekend is. Norsk Lundehundklubb gebruikt de benaming Intestinale
Lymphangiecstasie (IL) voor deze ziekte, op aanraden van de Noorse
Hogeschool voor Diergeneeskunde. De benaming ”lundehundziekte”
of ”lundehundsyndroom” wordt ook wel gebruikt. Wij
zijn niet zo blij met deze benaming. Dierenartsen die het ras
niet kennen hebben de neiging om bij alle Lundehunden die last
hebben van maag- en darmklachten de diagnose lundehundziekte te
stellen, waardoor een aantal honden verkeerd is behandeld. De
ziekte komt bovendien ook voor bij andere hondenrassen en andere
diersoorten. IL komt voor bij meerdere hondenrassen, onder andere
Herdershonden, Groenlandhonden, Grote Münsterlander, Engelse
Setter en sporadisch bij de meeste andere hondenrassen. De ziekte
komt ook voor bij koeien en mensen.
Intestinale lymphangiectasie (IL) houdt in dat het lymfestelsel
in het lichaam, en wel met name het gedeelte van het lymfestelsel
dat rond de darmen ligt, niet goed werkt en verstopt raakt, waardoor
lymfe vanuit de lymfevaten in de darmen en de omliggende weefsels
terecht komt. Dit kan veroorzaakt worden door een aangeboren afwijking
van de lymfevaten, een ontstekingsreactie of een gezwel. Op dit
moment kan niet worden aangetoond dat IL bij Lundehunden een aangeboren
afwijking is.
Symptomen? Ga naar de dierenarts!
Symptomen van IL bij de Lundehund zijn vaak diarree en overgeven,
evenals vochtophopingen in de buikholte of andere organen (bijv.
het hartzakje). Als zich vocht ophoopt in het hartzakje, heeft
de hond in eerste instantie geen last van diarree of overgeven,
maar van hartfalen (acute ademnood, blauwe slijmvliezen en rillingen/evenwichtsproblemen).
In beide gevallen is het erg belangrijk om snel naar de dierenarts
te gaan en minstens net zo belangrijk om de dierenarts te wijzen
op de mogelijkheid van IL. De symptomen kunnen doen denken aan
vergiftiging en worden hier vaak mee verward.
De oorzaak van de ziekte is niet bekend, maar een aantal factoren
en symptomen zijn in kaart gebracht. Bij zieke honden zijn de
lymfevaten in de darm vaak abnormaal opgezet en verstopt. De functie
van het lymfestelsel is om overtollige vloeistof uit weefsels
af te voeren en om het lichaam te ontdoen van bacteriën en
ontstekingen. In en rond de darmen zijn de lymfevaten melkwit
van kleur omdat ze voedingsrijke vloeistof met een hoog vetgehalte
opnemen uit de darmen. Bij IL fungeert deze opname niet. Het bloed
moet een bepaalde hoeveelheid eiwitten bevatten, waaronder albumine,
om zuurstof, voedingsstoffen en vloeistof naar alle weefsels te
kunnen transporteren. Bij IL wordt eiwit- en vetrijke lymfe niet
door de bloedvaten opgenomen, maar vloeit het terug in de darmen.
In het Engels wordt dit wel “proteinloosing enteropati”
genoemd. Het eiwitverlies leidt tot een verhoogde productie van
eiwit in de lever en een zwaardere belasting van de lever. Als
het eiwitverlies groter is dan het vermogen van de lever om nieuw
eiwit aan te maken, ontstaat er een eiwittekort in het bloed (hypoproteïnemie).
Dit beïnvloedt het osmotische evenwicht in het bloed, waardoor
vloeistof wordt afgescheiden in weefsels en lichaamsholtes. Dit
geldt met name voor de buikholte, die vol kan lopen met vloeistof
en daardoor “hard” en opgeblazen aanvoelt. Zoals gezegd
komt bij sommige honden ook een vochtophoping in het hartzakje
voor of in de borstholte, en dit leidt tot een extra zware belasting
van het hart met als mogelijk gevolg hartfalen als niet snel wordt
gestart met de behandeling. Veel honden met IL hebben ook last
van onderhuidse vochtophopingen, waardoor de hond er dik uitziet,
maar zacht en sponsachtig aanvoelt.
Als gevolg van de ontsteking in de darmen raken de darmvlokken
beschadigd. Dit leidt tot een verdere vermindering van de voedselopname
en ook komt er vocht in de darmen terecht, waardoor de hond last
krijgt van sterke, aanhoudende en waterige diarree. Een hond met
chronische IL kan last hebben van diarree en overgeven en braken.
Hij vermagert en de vacht wordt dof. De hond is lusteloos en de
spiermassa neemt af.
Klinische resultaten
De hond moet behandeld worden door een dierenarts die ervaring
heeft met de behandeling van Lundehunden met IL. Middels een bloedonderzoek
wordt aangetoond dat de hoeveelheid eiwit in het bloed klein is.
Zowel de hoeveelheid albumine als globuline is laag. Ook is vaak
de hoeveelheid calcium en cholesterol in het bloed klein. Het
aantal witte bloedlichaampjes (lymfocyten) is verlaagd. Calcium
wordt via de darmen uitgescheiden omdat het zich bindt aan albumine,
en de hoeveelheid cholesterol is gering omdat het vet via de darmen
wordt uitgescheiden en slecht wordt opgenomen.
Oorzaken:
De reden waarom sommige honden last krijgen van IL is niet bekend.
Uit praktische ervaring van eigenaren van Lundehunden blijkt dat
de hond vlak voor het uitbreken van de ziekte blootgesteld is
geweest aan een acute of chronische stressituatie. Dit kan stress
zijn in de omgeving van de hond. Lundehunden in grote kennels
hebben helaas vaak last van deze ziekte. Dit kan komen omdat de
hond moet concurreren met zijn soortgenoten om aandacht en om
een goede positie in de roedel. Ook is de kans om besmet te worden
groter als veel honden dicht op elkaar leven. Sommige honden hebben
ook last gekregen van IL als gevolg van intensieve wedstrijdactiviteiten,
zoals hondenshows. Honden die zijn aangereden, aangevallen of
beschadigd door andere honden, of zijn gebeten door adders en
dergelijke krijgen vaak vlak daarna last van IL. Ook is het voorgekomen
dat een hond ziek werd vlak na een antibioticakuur, zonder dat
dit rechtstreeks in verband kan worden gebracht met de antibiotica.
De oorzaak van IL kan net zo goed de infectie zijn waarvoor de
hond oorspronkelijk werd behandeld met antibiotica.
Voeding van lundehunden
Vaak wordt gezegd dat IL iets te maken kan hebben met voeding.
De meeste hondenbezitters geven hun honden tegenwoordig droogvoer.
Een goed droogvoer is normaal gesproken voldoende voor een gezonde
Lundehund, maar gebruik niet de aller-goedkoopste soorten droogvoer.
Kies een voersoort met de juiste verhouding tussen de voedingsstoffen
in relatie tot het activiteitsniveau van de hond. Een hond die
fysiek actief is heeft voer nodig met een hoog eiwit- en vetgehalte.
Een hond die weinig beweging krijgt heeft minder behoefte aan
eiwit en vet. Een hond die veel in de kou buiten staat heeft een
bepaalde hoeveelheid vet nodig. Als wordt gekozen voor eigengemaakt
voer, wordt een dieet met wit vlees zoals kip en vis (echter niet
te veel koolvis) als voornaamste bron van eiwit aanbevolen.
Erfelijkheid
IL bij de Lundehund heeft duidelijk te maken met erfelijke factoren.
Dit weten wij omdat IL meer voorkomt bij de Noorse Lundehund dan
bij andere rassen. Als bij nauw verwante individuen een bepaalde
ziekte vaker voorkomt dan in de gemiddelde hondenpopulatie, wordt
deze ziekte als erfelijk aangeduid. Wij weten echter niet hoe
IL wordt doorgegeven. Alles wijst erop dat dit te maken heeft
met meerdere genen, aangezien de ziekte zich op verschillende
leeftijden en met diverse symptomen manifesteert en omdat verschillende
individuen er ook in meer of mindere mate last van hebben. Het
lijkt ook vast te staan dat een bepaalde aanleg om de ziekte te
krijgen wordt doorgegeven, en niet de ziekte zelf. Naast erfelijkheid
moet er sprake zijn van een of meerdere milieufactoren in het
leven van de hond voordat de ziekte uitbreekt. Een dergelijke
combinatie van erfelijkheid en milieu wordt ook wel “multifactorieel-
polygenetisch” genoemd.
Kan IL weggefokt worden?
Er zijn wel degelijk grote individuele verschillen als het gaat
om IL. Verreweg de meeste Lundehunden (in Noorwegen misschien
wel 90%) krijgen geen IL. En dat terwijl zij toch bloot worden
gesteld aan diverse vormen van psychische en fysieke stress. Ik
heb diverse onderzoeken uitgevoerd waarbij ik gevallen van IL
heb geregistreerd om te kijken of het binnen bepaalde families
vaker voorkwam. Deze onderzoeken heb ik deels uitgevoerd naar
aanleiding van tips van ervaren fokkers die mij om advies vroegen.
Uit al mijn onderzoeken blijkt dat IL overal kan optreden, zonder
dat er sprake is van een bepaald patroon binnen het ras. Een onderzoek
naar verwantschap tussen honden met IL heeft dan ook aangetoond
dat het niet mogelijk is om IL weg te fokken door bepaalde honden
niet te gebruiken voor te fokken. Omdat alle honden zo nauw verwant
zijn met elkaar, zouden we dan alle honden uit moeten sluiten.
IL kan in alle levensfasen van de hond ontstaan, vanaf 4-6 maanden
tot op hoge leeftijd. De conclusie is dat IL bijna niet valt weg
te fokken. Erfelijke aanleg voor IL bij andere rassen is niet
bekend, en is ook moeilijk vast te stellen. Dit komt omdat je
een relatief groot aantal zieke honden nodig hebt waarbij de diagnose
met zekerheid is gesteld om hier onderzoek naar te kunnen doen.
Ook lijkt er sprake van een zekere "besmetting" als
het gaat om IL, aangezien meerdere fokkers melding hebben gemaakt
van uitbraak van IL bij meerdere honden tegelijk, zonder dat deze
nauw met elkaar verwant waren. Bij mij zelf kreeg een van onze
Samojeden IL gelijktijdig met een van onze Lundehunden, terwijl
de rest van de honden nergens last van had.
IL en genetische variatie
IL is een ziekte die te maken heeft met de afweer. Het lymfestelsel
maakt deel uit van de afweer van de hond. Het is algemeen bekend
dat voor een goede afweer bij een hondenras een zekere mate van
genetische variatie nodig is. Dat betekent dat een fokprogramma
dat inteelt vermijdt kan leiden tot minder IL, aangezien de afweer
van het ras beter wordt door genetische variatie.
Behandeling van Lundenhunden met IL
Het is heel belangrijk om bij een dierenarts langs te gaan als
de hond enkele van de beschreven symptomen vertoont. Ga naar een
dierenarts die het ras kent. Sommige dierenartsen willen IL vaststellen
middels een darmbiopsie. De darmvlokken van een hond met IL zijn
gevuld met melkwitte lymfe en zijn bovendien beschadigd, waardoor
de morfologie is gewijzigd. STEM NOOIT TOE IN EEN DARMBIOPSIE!
Een darmbiopsie leidt tot onnodige pijn en stress en kan de hond
nog veel zieker maken. De ingreep is geen behandeling en totaal
overbodig voor het stellen van de diagnose. De stress van een
dergelijke ingreep kan zelfs fataal zijn voor een zieke hond.
De diagnose IL wordt gesteld door de hoeveelheid bloedeiwit te
meten, eventueel middels meerdere metingen, en door de algehele
gezondheidstoestand van de hond te onderzoeken. Bloedproeven van
een lundehund met IL vertonen sterk afwijkende bloedwaarden. Een
dierenarts die de aandoening niet kent, kan tot de conclusie komen
dat de hond stervende is als gevolg van orgaanfalen en voorstellen
om de hond in te laten slapen. Met de juiste behandeling kan de
hond echter volledig genezen.
De hond moet gedurende kortere of langere tijd Cortison toegediend
krijgen en langdurig gevoerd worden met een speciaal dieet. Vaak
worden ook vitamine B injecties (folaat) toegediend. Soms wordt
antibiotica gegeven om ontstekingen te remmen die de ziekte verergeren.
Door vocht uit de buikholte af te tappen kan snel verbetering
optreden als de hond een opgeblazen buik heeft. Vochtafdrijvende
medicatie en medicijnen tegen diarree en braken worden vaak in
de acute fase van de ziekte gegeven. Meestal knapt de hond volledig
op en kan hij na verloop van tijd weer overstappen op zijn normale
dieet. Sommige honden moeten gedurende meerdere jaren speciale
voeding hebben. Een enkele hond sterft aan de ziekte. Dit geldt
vooral voor honden die bijkomende problemen hebben, zoals maag-
en darmontstekingen, kanker of hartfalen.
Dieet voor Lundehunden met IL
Als een hond IL krijgt, moet hij speciale voeding krijgen. Een
dierenarts die op de hoogte is van de ziekte zal hierover advies
kunnen geven. Meestal gaat het hierbij om een dieet zonder droogvoer
of met een speciaal droogvoer totdat de ziekte onder controle
is. Een dieet bestaande uit rijst, vis of kip en noodzakelijke
spoorelementen is aan te bevelen. Aanvullend kan minerale voeding
met zeewiermeel of iets dergelijks worden gegeven. Het is belangrijk
om meerdere malen per dag kleine porties te geven (soms maar een
theelepeltje per keer) zolang de hond ziek is. Hiermee kan misselijkheid
en braken worden voorkomen. Rust en stabiliteit zijn belangrijk
en de hond moet worden beschermd tegen besmetting door andere
honden. Sommigen raden ook een supplement van johannesbroodmeel
aan om de maaginhoud te binden en een supplement van mineralen
uit algen om het mineraalverlies door de diarree te compenseren.
Het kan lang duren voordat de hond weer gezond is, en er kunnen
meerdere terugslagen optreden, maar uiteindelijk genezen de meeste
honden volledig en kunnen zij verder een normaal leven leiden.
Sommige honden zitten regelmatig tegen IL aan, zonder dat zij
ernstig ziek worden.
Preventie
Norsk Lundehundklubb geeft advies over de preventie van IL. Het
belangrijkste is dat de hond een goed en stabiel leven heeft.
Dit is NIET een ras dat geschikt is om in grote aantallen in kennels
te worden gehouden. De Lundehund moet dicht bij zijn baasje en
diens gezin kunnen leven. Castratie van Lundehunden wordt sterk
afgeraden, omdat gecastreerde honden sneller IL krijgen. Dit kan
veroorzaakt worden door hormoonveranderingen na de castratie.
Het kan ook komen door de stress van de ingreep zelf, omdat IL
vaak optreedt vlak na de castratie. Een gecastreerde reu geeft
verwarrende signalen af aan andere honden en dit leidt tot sociale
stress. Als gevolg hiervan kan IL ontstaan.
De hond moet niet overdreven beschermd worden. Varieer de voeding
vanaf het begin, gebruik verschillende soorten droogvoer en geef
af en toe wat extra’s of een kauwbot. Geef ook af en toe
wat etensrestjes, vooral gekookte vis. Hetzelfde geldt voor besmetting.
Laat de hond een normaal leven leiden waarbij hij de wereld op
zijn eigen manier kan ontdekken en andere honden mag begroeten.
Voor een goede afweer moet de hond goed getraind zijn, en niet
ondergestimuleerd of overbelast worden.
Hadden de Lundenhunden op de Lofoten IL?
Deze vraag wordt regelmatig gesteld. Het antwoord hierop is eigenlijk
niet bekend. Er is reden om aan te nemen dat ook op Værøy
honden als gevolg van ziektes overleden. Op het eiland was geen
dierenarts en de honden werden gebruikt als werkhonden. Als ze
ziek werden probeerde men ze zo goed en kwaad als het ging te
helpen, maar er is zeker af en toe wel eens een hond overleden,
zonder dat men weet waaraan. Eén ding is wel zeker: de
Lundehunden op Værøy kregen GEEN droogvoer. Ze kregen
etensrestjes, visafval en ze deden zich vast ook tegoed aan verrotte
vis en dode vogels of schapen die ze in de natuur vonden. Ook
nu nog kan een Lundehund die veel los loopt prima in zijn eigen
kostje voorzien. Mijn hond Herkules werd zelfs moddervet door
het eten van woelratten die bij ons veel voorkomen. Wij zeggen
net als de ouderen op Værøy dat deze kleine spitshonden
erg gezond zijn, weinig verzorging vragen en zichzelf heel goed
kunnen redden zolang ze een dak boven het hoofd hebben en liefdevol
verzorgd worden.
IL en inteelt
Lundehundteefjes hebben tegenwoordig geen moeite om zwanger te
raken en zijn prima moeders. Goed gesocialiseerde reuen zijn gewillige
dekhonden met gezonde driften. De Lundehund is een ras waarmee
relatief eenvoudig gefokt kan worden. Bij de Noorse Lundehund
was eerder sprake van een aantal symptomen die aan inteelt doen
denken. Dit bleek uit de vele kleine nestjes en problemen met
de vruchtbaarheid van zowel teefjes als reuen. Ook leek er sprake
van een slechte afweer bij sommige honden, wellicht als gevolg
van IL.
Om het ras zo gezond mogelijk te houden
in de toekomst, moet er zo breed mogelijk gefokt worden. Dat houdt
in dat zoveel mogelijk honden gebruikt moeten worden om te fokken.
Norsk Lundehundklubb raadt daarom iedereen die een gezond teefje
heeft aan om hiermee te gaan fokken. Eigenaars van gezonde reuen
worden aangemoedigd om deze in te zetten als dekhond.
Lijnteelt wordt afgeraden en de graad van
inteelt moet zo klein mogelijk worden gehouden.
Een praktisch advies is dat geen enkele hond twee keer mag voorkomen
binnen een stamboom over 5 generaties. Dit advies geldt ook voor
Lundehunden buiten Noorwegen, omdat er anders kans is op inteeltdepressie.
Als geen goede partner kan worden gevonden voor een hond, kan
men contact opnemen met Norsk Lundehundklubb of een club in een
ander land. Veel fokkers zijn bereid om hun dekreuen ter beschikking
te stellen voor teefjes uit andere landen. De fokraad van Norsk
Lundehundklubb is graag behulpzaam bij het leggen van contacten
met eigenaren van potentiële dekreuen.
De gezondheid van de Lundehund in de toekomst
Norsk Veterinærhøgskole (De Noorse Hogeschool voor
Diergeneeskunde) is de grootste expert binnen Noorwegen op het
gebied van de de Noorse Lundehund. Daarnaast zijn er in alle grote
steden dierenartsen die ervaring hebben met het ras, en op verzoek
kan Norsk lundehundklubb doorverwijzen naar de beste dierenartsen
voor ons ras in Noorwegen. Norsk Lundehundklubb wil het onderzoek
naar de Lundehund en IL dat een aantal jaren geleden is gestart
bij Norsk Veterinærhøgskole graag voortzetten. Ook
willen wij de gezondheid van de Lundehund in Noorwegen graag beter
in kaart brengen.